donderdag 30 januari 2014

Pony's


Soms voel je de dingen nog als ze al weg zijn. De breedte van haar heupen, en de overgang naar die slanke taille. Albert blijft het voelen. Zijn handen hebben een straf geheugen. Haar boezem onder zijn borst en haar neus in zijn hals.
'Het is gedaan,' zegt hij. 'Gedaan.'
Het contract is getekend, volgende week staat zijn tent vol met pony's. Pony's zijn brave beesten. Zeggen ze. En Albert zal in café Le Brigand gaan werken en alles zal beter zijn. Volgende week begint hij. Een nieuwe kans! Een nieuw begin - of een pijnlijk einde.

Albert erfde Cinema Prosper van zijn vader. Eigenlijk was dat te gemakkelijk.
Hij voelt het zeil tegen zijn wang: koud en klam. Graag wil hij zich nu wentelen in zelfmedelijden. Troost zoeken en het toch afwijzen.
Tegen zijn rug voelt het zeil fris. Het is de eerste keer dat hij dat voelt, dat hij niet als een wilde door de tent rent om de bezoekers op hun gemak te stellen. Dat hij niet geconcentreerd oplet of de film goed draait. En dat hij er niet naar verlangt om met Marguerite te dansen.

'Het is te koud hier, en mijn hoofd staat er niet naar.' Albert ziet hoe Marguerite zijn hand vast neemt maar hij voelt het niet.
Zij leidt hem naar buiten, hij laat zich leiden.
Zij rent, hij rent mee.
Ze stoppen bij haar voordeur. Samen.
Een sleutel heeft Marguerite niet nodig. Haar deur staat altijd open. Voor iedereen.
Ze duwt de schamele tafel opzij, de stoelen volgen vanzelf.
"J'ai tant pleuré pour toi" klinkt uit de hoorn van de kleine grammofoon.
Albert kan opnieuw voelen, opnieuw lachen en weer dansen.

'Dansen kunnen we overal,' zegt Marguerite, 'daar hebben we je tent niet voor nodig.
Albert vertelt over de pony's die rondjes in zijn cinematent zullen lopen, als die volgende week verkocht is. Hij weet hoeveel Marguerite van pony's houdt.
'Gaan we er dan samen naartoe?'
Albert knikt: 'Ieder einde is een nieuw begin.'

zaterdag 25 januari 2014

Bakeliet: geen dynamiet of Eternit


Bakeliet, de naam alleen al. Voor mij klonk het fout, een beetje zoals Eternit aan asbest gelinkt is. Ik had het woord al vaker gehoord zonder te weten wat het eigenlijk betekent.
Laatst, in de schrijfclub, gebruikte iemand dat woord. Ik stelde mijn vraag: 'Wat is het?'
Het bleek het materiaal waar oude radio's van gemaakt werden. Plots kwam er een glansje over het woord.

Toch is bakeliet niet meer dan een soort plastiek dat ontdekt werd in 1907. Leo Baekeland experimenteerde met fenol en formaldehyde, en dat was dat.
Bakeliet maakte het mogelijk om tot een mooiere vormgeving van gebruiksvoorwerpen te komen. De productie werd ook sneller en goedkoper. Vanaf dat moment rolden allerlei voorwerpen over de lopende band, een ware mijlpaal in de geschiedenis van de productontwikkeling.

Nu zijn voorwerpen in bakeliet verzamelstukken geworden. Vroeger modern, nu antiek. Je kan er alleen nog op beurzen, vlooienmarkten en curiosamarkten naar op zoek.
Bakeliet is dus net iets meer dan een fout woord. En iets helemaal anders dan dynamiet of Eternit!

donderdag 23 januari 2014

Deksel


Een luchtbel drukt haar wenkbrauwen naar beneden. Een donderwolk.
Het is Albert. Telkens als ze hem ziet, staat hij druk te gesticuleren. Veel armen op een klein lichaam.
Louise kijkt de andere kant op, geeuwt zonder hand voor de mond en tikt de hakken van haar laarsjes tegen de planken vloer van het cabaret. Hoe kan ze zich nog minder geïnteresseerd tonen?

Over de act die hij zal brengen, spreekt hij. Droomt hij. Triomfeert hij nu al.
'Volgende week zal ik de tent met verbazing slaan. Heel de wereld zal het erover hebben!'
'Volgende week?' Het is fout van haar om te antwoorden, om ook maar een beetje interesse te tonen. Dit is voor hem het startschot om ongebreideld verder te palaveren.
Louise wou dat ze een horloge had, dan kon ze erop kijken en geschrokken zeggen: 'O, zo laat! Ik moet gaan.' Maar een horloge heeft ze niet en ze zou niet weten waar naartoe.

Albert volgt haar tot aan het toilet, blijft er voor staan en praat verder tegen de deur.
Zelfs haar sluitspier kan Albert niet overstemmen.
'Haha!' zegt hij, 'jij zou het niet slecht doen in mijn act.'
Met een zwaai opent ze de deur. Ooit moet hij het deksel op zijn neus krijgen, dit lijkt haar het uitgelezen moment.

dinsdag 21 januari 2014

De mogelijkheden van een vrouw

Dat hij zijn ideeën moet noteren, vindt Marguerite. Van zo'n groot denker mag niets verloren gaan.
Albert mag dan wel een groot denker zijn, een groot schrijver is hij niet. Als hij een idee heeft, voert hij het uit. Of hij vergeet het.
Wat hij verzamelde ligt voor hem in een mand: een mondharmonica, een blaasbalg, een kaars, een toeter en een handvol gedroogde bonen.
Het is de kleinste toeter die hij vond, maar waarschijnlijk nog te groot. Mensen zouden het kunnen zien. Tenzij...

Albert is op zoek naar een pofbroek.
Hij heeft er geen en het zou er verdacht uitzien. Een vrouw zou meer mogelijkheden hebben. Maar waar haalt hij een vrouw vandaan die bereid is om dit voor hem te doen?
Louise zou hem uitlachen. Marguerite zou nog wel instemmen om hem plezier te doen. Maar Marguerite is te mooi voor scheten.
Als het Joseph Pujol lukt om met zijn achterwerk grof geld te verdienen, moet het mij ook lukken, denkt Albert.
Het geluid dat weerklinkt als hij met de blaasbalg lucht in de toeter blaast klinkt veelbelovend. Zoiets moet Pujol, le Pétomane, stiekem ook hanteren. Maar hoe krijgt hij het zo ongemerkt voor elkaar?

Zo simpel zal het niet zijn, ik moet een volledig kostuum maken. Alsof ik dikkere benen heb zodat er een volledig armatuur in kan.
Albert rent naar Louise, met zo'n kostuum zal zij hem wel willen helpen. En anders is er ook nog Marguerite...

zaterdag 18 januari 2014

Heimelijk genoegen


Het zal weekend worden, dat is de wet van vrijdagavond.
Weekend doet iets met mensen, denkt Nestor. Het maakt ze nog stommer dan ze al waren.
Een trap tegen de kruk en een aai over het pianodeksel. Nestor houdt van de piano. Geen enkele piano verdient het om elke avond dezelfde afstompende melodietjes te spelen voor hetzelfde achterlijke publiek.
Buiten de deuren dringt de drukte zich al op. Binnen dit en een uur zal de implosie plaatsvinden.
Nestor probeert een nocturne. Het zit niet meer in zijn vingers, hij speelt te snel. Te hard. Chopin zou het hem kwalijk genomen hebben. Het losbandige spel van Offenbach neemt brutaal beslag over zijn tengels.

Een man met bolle buik en puntige snor zit vretend aan een tafeltje voor het lage podium. Naast hem, een rondborstige dame met een monsterachtige hoeveelheid bloemen in het haar. Nestor voelt hoe zijn tenen krullen en zijn schouders brullen. De noten van deze muziek is hij vergeten. Altijd die liedjes waarop cancandanseressen zich uitleven, of melige melodietjes voor Marguerite. Zeven dagen op zeven. Zijn handen spelen vanzelf terwijl zijn hoofd de vrijheid neemt.
De dikke man staat op ontploffen, de bloemen naast hem zijn al verwelkt. En hoewel Nestor weigert om nog langer te spelen, blijven zijn vingers gedisciplineerd marcheren.

'Oei, wat is er gebeurd?' vraagt Marguerite.
'De hamer,' liegt Nestor. Hij stopt zijn hand in zijn broekzak om het dikke verband te verbergen.
De danseressen kleden zich om voor de ogen van Nestor. Voor hen is hij een deel van het interieur, niet anders dan een kast of een stoel.
Een kast zijn is een voorrecht, Nestor geeft zijn ogen de kost.

Het verband aan zijn vinger speelt dubbele noten. Niets dat echt opvalt, Nestor geniet van deze actie van rebellie. Het is geen misdaad, alleen een schopje tegen groteske schenen. Niemand lijkt er last van te hebben. Toch voelt Nestor in welke mate gewaardeerde binnenpretjes tot grote tevredenheid kunnen leiden.

* eigen illustratie
 

donderdag 16 januari 2014

Romola de Pulszky - ofwel: mevrouw Nijinsky


Als er één balletdanser is die wereldberoemd is geworden, dan is het Vaslav Nijinsky. Er werd al veel over hem geschreven. Maar de eerste die een boek over hem liet publiceren was zijn vrouw Romola. Zij bracht zijn dagboek uit maar herschreef het sterk. Wie was deze vrouw?
Romola de Pulszky (1894 - 1978) was Hongaarse en kwam uit een familie die veel aanzien genoot. Sommige verhalen vertellen dat Romola eigenlijk op vrouwen viel en dat ze vooral aangetrokken werd door de vrouwelijke trekken van Vaslav Nijinsky. Zeker is in ieder geval de Nijinsky een soort verslaving voor haar werd. Romola volgde zelfs balletlessen om dicht bij haar idool te geraken. Het kostte haar geduld en doorzettingsvermogen, maar uiteindelijk mocht ze zich toch mevrouw Nijinsky noemen.
Het werd geen gelukkig huwelijk.
Nijinsky die daarvoor een relatie had met artistiek leider Sergej Diaghilev werd uit het ballet gezet. Dàt, in combinatie met de komst van een eerste dochter, politieke problemen en huisarrest, veroorzaakte veel spanningen bij het jonge gezin.
Na enkele jaren mocht Nijinsky opnieuw beginnen bij het Russisch Ballet. Maar de overvloed aan stress en te hoge verwachtingen, zorgden voor een zware psychose die Nijinsky ook fataal werd.
Romola publiceerde toen zijn dagboek, nadat ze het eerst grondig had aangepast. Er was veel schaamte bij haar, zij wou haar man presenteren als de ster van weleer. De man waar zij voor gevallen was.

maandag 13 januari 2014

Onkruid naast een dode vogel


Vogels hebben niets aan dode bloemen, misschien is dat wel waar. Maar bloemen tonen respect. Marguerite plaatst een, uit de voortuin geknipte, roos in een hoekje van de kartonnen doos. Ze zingt zachtjes, sust en wiegt. Van een zakdoek maakt ze een dekentje dat ze op het dier legt. Zou het dood zijn nu? Haar vinger aait het kopje over de snavel en de gesloten oogleden. Even beweegt de vogel nog, maar steeds zwakker. Marguerite zingt verder. Er is geen bloed meer aan de snavel, zo lijkt het of hij slaapt.
Niets meer, hij is dood. Het is goed zo. Ieder levend wezen heeft recht op waardig sterven.

Er zal nog een tegel aan moeten geloven. Met een metalen staaf wrikt Marguerite een tegel uit het koertje los. Het is de derde deze week.
'Jij krijgt een plekje naast de muis,' fluistert ze.
Ze graaft een kuil die net diep genoeg is en legt de merel erin.

De losse tegels liggen op een hoopje, volgende week zal Marguerite alles weer op zijn plaats leggen. Niemand mag weten dat ze dit doet.
Ze zouden zeggen dat ze zich een man moet zoeken en een kind om te sussen en te troosten. Ze zouden zeggen dat ze haar voortuin moet wieden in plaats van dat onkruid naast dode vogels te leggen. Ze zouden haar zielig vinden en raar. Marguerite grijnst: 'Wel, dan vinden ze dat maar.'
 
* eigen illustratie
 

vrijdag 10 januari 2014

Wat dansen is


*eigen illustratie
 
Het punt waar twee gordijnen samenkomen, daar kijkt ze naar. Al vijf jaar lang. Om de confrontatie van blikken uit de weg te gaan. Blikken zie je niet als je op een podium staat, je voelt ze. Opgaan is sterven, altijd opnieuw. Afgaan is doven. Ze herkent het gevoel, dat helpt. Het leven van een ster is kort.

Louise trekt haar rokken uit, haar schoenen en haar sokken. Ze hangt de danskleren aan de haak en lacht naar haar spiegelbeeld: 'U was een geweldig publiek.' Het publiek was matig vanavond, ze is verslaafd geraakt aan succes. De bewondering slorpt ze op, ze smult ervan, het is haar blijvende drijfveer. Toch is het niet alleen dat. Iets moois maken dat maar enkele minuten duurt, dat is de essentie van het leven vatten.

Zes jaar geleden begon Louise te werken in dit cabaret. De functie manusje-van-alles was haar op het lijf geschreven. Tot één van de oudere danseressen haar onder de vleugels nam. Ze is haar nog elke avond dankbaar.

donderdag 9 januari 2014

Het fenomeen Diaghilev


Meer nog dan het begin van de twintigste eeuw op zich, intrigeren de figuren die een spil vormden in de kunstwereld maar die zelf geen kunstvorm beoefenden. Ze zijn schaars, die figuren. Misschien is er zelfs maar één van: Sergej Diaghilev.

Diaghilev werd geboren in 1872 in Rusland. Op jonge leeftijd verloor hij zijn moeder, maar zijn stiefmoeder werd voor hem zeer belangrijk. Waarschijnlijk was zij het die zijn interesse voor muziek en voor de organisatie van events aanwakkerde. Maar naast muziek was er het ballet en de schilderkunst. Noem de naam van een kunstenaar uit die tijd en de kans is reëel dat hij groot werd onder de vleugels van Diaghilev: Nijinski, Stravinsky, Debussy, Chanel, Picasso, Matisse, Pavlova,...

Diaghilev had oog voor vernieuwing, het schokeffect was zijn handelsmerk. Hij durfde wat anderen nooit gedurfd hadden en slaagde keer op keer in zijn opzet.
Zeggen dat Sergej Diaghilev geen kunstenaar was, is dus eigenlijk misplaatst. Hij was onmiskenbaar een van de groten.

zaterdag 4 januari 2014

Zee


Is het vreemd om te verlangen naar iets dat je niet kent? Vrouwen verlangen naar een kind nog voor ze er een gebaard hebben, maar Marguerite verlangt naar de zee.
'Weet je wel dat ik de zee nog nooit gezien heb?'
Haar spiegelbeeld kijkt haar meewarig aan.

'Weet je wel dat ik de zee nog nooit gezien heb?'
Nestor aarzelt en neemt eerst een grote slok wijn. 'Ik ook... nee, echt? O, de zee moet je echt wel gezien hebben.'
'Wanneer zag jij die voor het eerst?'
'Ik was nog jong.'
'Is het wat ze ervan zeggen?'
'Helemaal!'
'Vertel.'
Na nog eens een grote slok vertelt Nestor over veel water. Echt heel veel.

Albert trekt een grimas als Marguerite over de zee begint. 'De zee, dat is veel water en meer ook niet.'
'En de vrijheid dan, die je er voelt?'
'Ik voel me altijd vrij.'
Het is ook de vrijheid die hij uitstraalt die Marguerite altijd opnieuw naar Albert toe zuigt.
'Laat mij je zee zijn.'
Samen lopen ze naar zijn huis.

Louise zet het vlees op tafel. Het is bruin en glanzend aan de buitenkant. Ze snijdt het in dikke plakken, het is roze en rood vanbinnen.
Marguerite krijgt er het water van in de mond. Nu zou het dwaas zijn om over de zee te beginnen.
'Wat zie je in hem?' vraagt Louise terwijl ze saus over het vlees giet.
'Vrijheid.'
'Vrijheid moet je zelf vinden.'

Marguerite denkt aan de zee.
Louise scheurt het vlees waar het rood en moeilijk te snijden is.
'Weet je wel dat ik de zee nog nooit gezien heb?'
'Ik ook niet.'
'Verlang je er nooit naar?'
'Is het niet vreemd om te verlangen naar iets dat je niet kent?'
 

Marguerite - Eigen illustratie

vrijdag 3 januari 2014

Het verlangen van Paul Verlaine


Hij snakte naar liefde. Iedereen snakt daarnaar.
Hij zocht naar erkenning, net zoals iedereen.
Paul Verlaine zocht naar houvast door zich aan anderen te meten, door zich aan anderen vast te klampen en door zich weer te laten vallen. Pas als je weet dat je de val aankan weet je wat je waard bent.
Misschien is het vaag, maar toch is het dàt dat me aantrekt in het werk van Paul Verlaine. En dat is het ook dat me nieuwsgierig maakt naar zijn leven.

Verlaine voelde zich aangetrokken tot jonge mannen, zijn relatie met Arthur Rimbaud is gewoon te bekend. Het is een gegeven dat ons te veel afleidt van zijn werk. Want Verlaine voelde zich net zo goed aangetrokken tot vrouwen, zijn gedichten zijn een subtiel vlechtwerk van erotiek en van religie, van verfijning en van grofheid.
Hij heeft ook dat misleidende. Zo weet je als lezer niet meteen hoe het gedicht "Femme et chatte" op te vatten is, het heeft een sterk suggestieve ondertoon maar is in feite gebaseerd op het personage van Cleopatra.


Femme et chatte

Elle jouait avec sa chatte,
Et c’était merveille de voir
La main blanche et la blanche patte
S’ébattre dans l’ombre du soir.

Elle cachait - la scélérate ! -
Sous ces mitaines de fil noir
Ses meurtriers ongles d’agate,
Coupants et clairs comme un rasoir.

L’autre aussi faisait la sucrée
Et rentrait sa griffe acérée,
Mais le diable n’y perdait rien…
Et dans le boudoir où, sonore,
Tintait son rire aérien,
Brillaient quatre points de phosphore.

Verlaine snakte naar liefde, op een verwoestende manier. Rimbaud was één van zijn geliefden. Maar vóór Rimbaud was er zijn vrouw Mathilde Mauté, zij was de ideale vrouw voor hem: jong, knap en rijk. Maar zij bleek niet in staat om hem zoveel liefde en passie te geven als hij nodig had.
Op het einde van zijn leven zocht Verlaine de affectie op van twee vrouwen: Philomène Boudin en Eugenie Krantz. Maar het zijn vooral zijn gedichten die een spiegel blijven van het verlangen van Verlaine.
 
Eigen illustratie
 

woensdag 25 december 2013

Paul Verlaine et Mathilde Mauté


Parlant du poète Paul Verlaine, on parle souvent aussi d' Arthur Rimbaud.
On oublie souvent que Verlaine était marié avec Mathilde Mauté, et qu'il l'a vraiment aimé. Malheureusemt, Mathilde ne s'est jamais montrée une épouse très aimante.

En 1869, à l'âge de vingt ans, Verlaine rencontre Mathilde Mauté, qui elle n'en avait que seize.

C'est en 1870 qu'ils se marieront. Peu après, ils auront un fils: Georges.

Verlaine essaye de s'adapter à une vie bourgeoise et cherche beaucoup d'amour chez sa femme. C'est dans cette période amoureuse qu'il écrit "La bonne chanson".

 

En robe grise et verte avec des ruches,
Un jour de juin que j’étais soucieux,
Elle apparut souriante à mes yeux
Qui l’admiraient sans redouter d’embûches ;

 Elle alla, vint, revint, s’assit, parla,
Légère et grave, ironique, attendrie:
Et je sentais en mon âme assombrie
Comme un joyeux reflet de tout cela ;

 Sa voix, étant de la musique fine,
Accompagnait délicieusement
L’esprit sans fiel de son babil charmant
Où la gaîté d’un cœur bon se devine.

 Aussi soudain fus-je, après le semblant
D’une révolte aussitôt étouffée,
Au plein pouvoir de la petite Fée
Que depuis lors je supplie en tremblant.

(La bonne chanson, Paul Verlaine)

 

En 1871 Verlaine commence une relation avec Arthur Rimbaud, qui a alors dix-sept ans. Le reste est connu...

 

Schopvoeten


Hij draagt geen koffer, hij is vrij.
Zijn stok tikt snel. Albert houdt van wandelstokken, hij houdt er ook van om te tonen dat hij er geen nodig heeft.
Mocht Parijs niet zo'n asociale stad zijn, hij zou de mensen begroeten. Gewoon, om niet te tonen dat hij echt vertrekt. De stad bereidt zich voor op het grote buitensluiten. Terwijl mannen kolen opslaan in achterkeukens, bereiden vrouwen rijkelijke maaltijden in voorkeukens.
Albert haat kerstmis, net zoals hij een hekel heeft aan de moderne cinema en radio's van bakeliet. Zijn soort kruipt met kerst onder de grond. Niet dit jaar.

Dat de dagen kort zijn stoort hem niet. Het schemert al wanneer hij aankomt in Coulommiers. Het ideale excuus om onderdak te zoeken en te rusten. Albert heeft dansbenen, vluchtbenen ook, en gluurbenen. Maar geen loopbenen. Of hij ooit zal aankomen in Charleville is nog maar de vraag. Het maakt niet uit, zijn vluchtbenen brachten hem al tot buiten Parijs.

'Plaats genoeg,' zegt de baardige vrouw die voor hem staat, 'maar niet voor jou.' Ze kijkt hem aan met ogen vol naalden en prikt hem voor haar plezier.'
'Ik heb alleen maar een bed nodig,' probeert Albert.
Haar bulderlach doet hem vluchten.
'Chambres d'Hôtes,' smaalt Albert terwijl hij tegen het paneeltje voor de arbeiderswoning schopt.
Zijn voeten doen pijn. Het zijn geen loopvoeten, het zijn schopvoeten.
Bij de volgende Chambres d'Hôtes is geen plaats meer en bij die daarna ook niet.
Als Albert een bankje ziet, gaat hij zitten.
Hij haat de wereld, zijn lijf verlangt naar Marguerite. Ze zit alleen nu, onder de grond, waar het eenzaam is en donker, maar veel warmer wel dan hier.

De gevel waar hij voor zit is grijs, een grijs gordijn schuift opzij.
Albert ziet een gezicht. Is het Marguerite? Het is een vrouw, zij wuift naar hem. Ze wenkt en opent het raam. Dat hij moet komen, roept ze. Enfin, als hij dat wil.
Albert staat op en loopt naar de deur.
'Slaap bij mij, ik ben alleen,' fluistert ze.
Met grote gretigheid stapt hij naar binnen. Als hij haar hoogzwangere buik ziet, komt de twijfel. Toch, teruggaan doet hij niet.

Hij voelt zich meer ezel dan os, maar hij is wijs genoeg om weer te vertrekken voor zij wakker wordt. Het zijn die vluchtbenen, niets waar hij schuld aan heeft.
Zonder geluid te maken trekt hij zijn hemd en zijn broek weer aan. Hij neemt zowel hoed als wandelstok. Maar het is die verrekte schopvoet die achter het bed blijft hangen.
Zij opent haar ogen en veert recht.
'Hoe dan ook,' zegt Albert, 'ik ben de vader niet.'
'Dat is goed nieuws,' zegt ze. 'Nooit gedacht dat ook ik nog goed nieuws zou krijgen op kerst.'
 


zaterdag 21 december 2013

Witte muizen


Ze is gestopt met kloppen, met bonken en met roepen. Er is niemand die haar hoort. De deur is oud, ze rammelt in het slot. Marguerite zou ze kunnen openrammen als ze dat echt wou. Maar dan zou ze die ook moeten betalen, en dat soort kosten heeft ze niet van doen. En dan nog, als ze uit deze keuken was, dan kon ze nog niet uit het cabaret. Vast is vast.

Ik moet een bed maken, denkt ze, slapen versnelt de tijd. Het is een kleine keuken, veel staat er niet in. Oude handdoeken, een tafel en twee stoelen. Ze zet de stoelen naast elkaar en maakt een kussen met de handdoeken. Misschien kan ze haar hoofd en romp al laten slapen. Alleen dat zou al goed zijn.
De handdoeken stinken, naar ajuinen en naar schimmel. Maar het is niet daarom dat haar ogen tranen. Wat ben ik toch voor een trut... Ze heeft zich zomaar laten opsluiten. Wie verschuilt zich nu uit lafheid? Uit angst voor twee mannen waarmee ze, eerder die week, het bed nog deelde.
Dit is geen keuken waarin gekookt wordt. Er hangen worsten aan de muur te drogen. Er hangen spinnenwebben aan.
Zo lang zal ik hier gelukkig niet moeten blijven, denkt Marguerite. Nog tot 's middags waarschijnlijk, tot monsieur Marin de bar komt openen. Wat zal hij van me denken? Ik zal het hem uitleggen. Dat ik geen keuze kon maken tussen Albert en Nestor, dat ik ze het liefst van alles allebei had meegenomen, zoals je het doet met twee babypoesjes die je verlaten in een dakgoot vindt. Maar dat ik alleen in vluchten mijn heil vond.

Door het kleine raam druppelt wat decemberlicht naar binnen. Dat een mens kan slapen op twee harde stoelen had Marguerite niet verwacht. Toch sliep ze, misschien maar even. Ze droomde over twee muizen die ze in de keuken had zien lopen. Witte, ze waren tam.
Marguerite hoort gerammel aan de deur. Ze denkt aan de witte muizen, zo zal ze het vertellen.


Eigen illustratie

donderdag 19 december 2013

Les Poètes maudits


Les Poètes maudits est un ouvrage de Paul Verlaine. Il fut publié en 1884.
Cet ouvrage contient surtout des notices de Tristan Corbière, Arthur Rimbaud et Stéphane Mallarmé.
Paul Verlaine qui connaissait personnellement ces poètes y ajoutait des anecdotes.

Voici un des poèmes les plus célèbres de Rimbaud, publié dans Les Poètes maudits:

 

A noir, E blanc, I rouge, U vert, O bleu : voyelles,
Je dirai quelque jour vos naissances latentes :
A, noir corset velu des mouches éclatantes
Qui bombinent autour des puanteurs cruelles,

Golfes d'ombre ; E, candeur des vapeurs et des tentes,
Lances des glaciers fiers, rois blancs, frissons d'ombelles ;
I, pourpres, sang craché, rire des lèvres belles
Dans la colère ou les ivresses pénitentes ;

U, cycles, vibrements divins des mers virides,
Paix des pâtis semés d'animaux, paix des rides
Que l'alchimie imprime aux grands fronts studieux ;

O, suprême Clairon plein des strideurs étranges,
Silences traversés des Mondes et des Anges :
- O l'Oméga, rayon violet de Ses Yeux
! -
 

Paul Verlaine

zondag 15 december 2013

Vijf dichters in Parijs


Parijs, aan het einde van de negentiende en begin twintigste eeuw, het blijft een onuitputtelijk thema. Omwille van de cafés en cabarets, maar ook omwille van de literatuur.

Wat hebben Charles Cros, Tristan Corbière, Vicor Hugo, Arthur Rimbaud en Paul Verlaine gemeenschappelijk? Allen zijn het dichters die in de tweede helft van de 19de eeuw in Frankrijk leefden en werkten. Wat opvalt is hun gedrevenheid. In zekere zin ook hun gekwelde geest, de éne al meer dan de andere.

In dit rijtje van dichters, verwierven zowel de meest als de minst gekwelde persoonlijkheden het meeste aanzien. Dat zijn Arthur Rimbaud en Victor Hugo.

 

Arthur Rimbaud


Zo is Rimbaud, die ontegensprekelijk een groot schrijver was, minstens even bekend om zijn duivelse kant. Hij kwelde niet alleen zichzelf, maar ook zijn omgeving. Mathilde Mauté, de vrouw van dichter Paul Verlaine geeft duidelijk aan dat hun huwelijk idyllisch was… voor de komst van Rimbaud.

Rimbaud installeerde zich, zonder meer, in het leven van Verlaine en zijn vrouw. Zij woonden in Parijs en hadden goede contacten met Charles Cros. Cros was een goed dichter, maar hij had weinig succes. Rimbaud stak zijn minachting niet onder stoelen of banken. In 1884 verscheen “Les poètes maudits”, een bloemlezing, samengesteld door Verlaine.  Deze nam het werk van Cros hierin niet op. Wel het werk van Tristan Cobière en Arthur Rimbaud, het kwam hun succes sterk ten goede.

 

Victor Hugo


Niet lang na de eerste ontmoeting tussen Verlaine en Rimbaud maakten ze ook kennis met Victor Hugo.

Hugo was veel ouder dan Rimbaud, en zelfs dan Verlaine. Deze twee zouden hem dan ook altijd een “oude zak” blijven noemen.

Victor Hugo was een ander soort dichter, zijn inzichten waren eerder romantisch en spiritueel. Hij was bekommerd om vrouwen en kinderen en een voorstander van het vrij onderwijs. Victor Hugo zag het kleine kind als een boodschapper uit de goddelijk-morele wereld. Zijn warme persoonlijkheid kon schril afsteken tegenover andere dichters en kunstenaars uit zijn tijd.

 

Het 19de eeuwse Parijs is nog steeds een bron van inspiratie. Verlaine, Rimbaud, Corbière en Hugo blijven inspireren, en zelfs Cros is nog niet helemaal vergeten.

zaterdag 14 december 2013

Nestor



Deze liedjes zou ik blind kunnen spelen, ik doe het al dertien jaar. Maar hier zou het zonde zijn om niet te kunnen zien. De Can can danseressen gaan af. Ik kijk naar hun billen, iedereen kijkt ze daarom na. Naar Louise, hoer en moeder van ons allemaal. En naar Jeanne, die braver is maar ook weer geen maagd.

Marguerite komt op. Nu speel ik traag en ik speel alleen voor haar. Zij zingt, de stem uit haar borst. Over haar soldaat die haar verlaat. Zij zingt alsof ze tegen mij praat. Onnozelaar! Ik die dacht dat ik soldaat genoeg was om de hare te zijn. Wij vertrokken samen en vreeën in mijn bed. Keer op keer. Precies twaalf. Toen was het gedaan.

Nu kijk ik uit op de leegte van een zaal. Zij zit voor mij, ik bespeel haar zacht, zij doet haar verhaal. 'Nog liever wacht ik op jou dan dat het slecht met ons gaat.
Ik laat mijn vraag.
'Dertien,' zegt ze. 'Zoveel kan ik niet aan. Ik moet weg nu, ik moet gaan.
Dertien, dat is één meer dan twaalf. Niets dat ik kan verstaan.

* Eigen illustratie

woensdag 11 december 2013

Le Lapin Agile, un nom qui fait rêver


Le Lapin Agile est le nom d'un cabaret de Paris, il fut l'un des lieus de rencontre de la bohème artistique au début du vingtième siècle. Aujourd'hui, Le Lapin Agile existe encore.

A partir de 1869, il prend le nom de Cabaret des Assassins, mais c'est seulement parce qu'il y a des gravures représentant des assassins célèbres accrochées au mur.

zondag 8 december 2013

Nylonkousen

Het is prettig om een verhaal te schrijven dat zich afspeelt in het verleden. Fantasie moet dan kloppen - zoals in elk verhaal. Het begin van de twintigste eeuw spreekt me aan. In mijn hoofd is dat een gele wereld, maar dat heeft vooral te maken met de link naar het werk van Toulouse-Lautrec. Ik zie mensen in stijve pakken en korsetten, mensen die daar uit willen breken om vrij te zijn - zoals in elk verhaal. Het is een sensuele wereld waar ik me in bevind, met handschoenen, boa's en lange kousen. Vleeskleurig. Nylonkousen. Dat bracht me bij de vraag of nylonkousen wel bestonden toen, in pakweg 1910.

In  het begin van de twintigste eeuw waren kousen nog niet van nylon maar van zijde. Pas in 1939 werd de nylonkous geïntroduceerd als goedkoper en kreukelvrij alternatief voor de zijden kousen. De uitvinding viel meteen in de smaak van het Amerikaanse publiek want op de eerste dag dat de nylonkousen verschenen, werden er al 72 000 paar van verkocht. Binnen één jaar stond de teller al op 64 miljoen verkochte paren.
Met de Tweede Wereldoorlog kwam er een abrupt einde aan het succes. Nylon werd toen enkel nog gebruikt voor oorlogsmaterialen, zoals parachutes, tenten, touwen en autobanden. Na de oorlog werd het wel weer razend populair.

Zo populair dus dat ze simpelweg niet meer weg te denken zijn. Had je me verteld dat de dames in de middeleeuwen nylonkousen droegen onder hun weelderige hoepeljurken, ik had het geloofd. Maar het was dus zijde. Niet in de middeleeuwen maar in het begin van de twintigste eeuw. Dat brengt me naar de vraag hoe die zijden kousen er dan wel uitzagen. Wikipedia toont me deze foto, daar kan ik mee verder.



donderdag 5 december 2013

Tango in de speeltuin


Het is maar een druppel, parfum van moeke tussen haar sleutelbeenderen. Daar waar ze haar hart ziet kloppen. Het is maar een ritueel.
Ze spant het korset goed aan, meer dan anders, en rijgt haar laarsjes dicht.
'Tot straks Minous, wens me geluk.'
Marguerite aait de kat  tussen de oren en duwt haar zachtjes naar buiten voor ze vertrekt.

Het vreemde voorgevoel dat ze al had wordt bevestigd als Marguerite geen enkele verlichting in de cinematent ziet.
De koude decemberlucht snijdt in haar neus, al tien minuten staat ze voor de deur. Hoe lang moet ze hier nog blijven staan? En moet ze hier eigenlijk wel blijven?
Ze heeft er naar verlangd, naar deze avond. Maar ze haat Albert en ze houdt van hem. Ze haat het dat hij steeds hun afspraakjes vergeet en is zelfs alweer vergeten waarom ze van hem houdt.
Marguerite hoort gefluit. Het moet Albert zijn. Albert staat grommend op en gaat fluitend slapen. Daar komt Albert, met grote stappen, zwaaiende armen en zijn schrille fluitspel. Als een schaduw. Zwarte jas, zwarte broek, zwarte hoed en wandelstok. Wandelstokken kunnen gevaarlijk zijn na het nuttigen van absint.
Hij is weer zat, het geeft niet. Marguerite is blij dat hij er is.
'Haha! Ik dacht dat ik een spook zag!'
Van hem verwacht Marguerite geen complimenten. Ze kwam naar hier om hem te leren dansen. Tango.

Albert is een jongetje met grijzend haar. Hij toont haar de wereld, alle hoeken van zijn ronde tent. In alleen zijn broek en onderlijf danst hij wild in het rond. Zijn gretige lach bijt zich om haar middel. Met het hoofd in de hals laat ze dit toe, het doet zo'n deugd om uit het keurslijf te kraken.
Wat begon als een poging tot tango, veranderde aan de zijde van dit grote kind, in wat ze zocht en vond. Vrouwen willen moederen. Dat is onzin. Ook vrouwen willen kind zijn en de speeltuin afbreken om kampen te bouwen met de brokken. Misschien ben ik dat morgen vergeten, denkt Marguerite, maar nu weet ik weer waarom ik van hem hou.